Categoriearchief: Oma

Bloemetjes halen.

klik voor groter

Aangezien we dit jaar weer in het bezit van een auto zijn, bliezen we een oude traditie nieuw leven in. Michelle en ik haalden samen met mijn moeder plantjes bij de kweker waar mijn vader vroeger ook zijn plantjes haalde.

We reden Terheijden in en zoals elk jaar zei ik “bij de molen moeten we links, toch?” Waarna ik me, zoals elk jaar, weer afvroeg waar die molen toch bleef. Ik vergeet altijd weer dat je eerst nog het hele dorp door moet.

Na de molen sloegen we linksaf en reden over smalle polderweggetjes tot we bij een t-splitsing kwamen. “Hier rechts, toch?”, vroeg ik, zoals elk jaar. “Nee! Links! Links!” riepen Michelle en mijn moeder in koor, zoals ze dat al jaren doen.

Bij de kweker reed ik, zoals gewoonlijk, met de kruiwagen terwijl mijn moeder aanwees welke plantjes ze wilde hebben. En zoals elk jaar vergiste ik me weer in de ‘ijsbloemetjes’ en nam ik bijna de verkeerde mee.

Toen we de hele kas door gewandeld hadden en de kruiwagen volgeladen was met bloemetjes, was het tijd voor koffie. Mijn moeder ging zitten, Michelle kocht een blikje fris en ik regelde koffie voor mijn moeder. Zoals elk jaar.

En terwijl mijn moeder daar zit, valt haar altijd wel een mooie hanging basket op. “Die is mooi! Ga eens kijken wat-ie kost!”. Ik sta op, ga op het prijskaartje kijken, loop terug, geef de prijs door en ga weer zitten. Mijn moeder kijkt nog eens rond, ziet een mooie bloempot gevuld met plantjes en zegt ‘Die is ook mooi. Ga eens kijken wat-ie kost.” En zo dirigeert ze me elk jaar nog een paar keer de halve kas rond, terwijl zij geniet van haar kopje koffie.

Sommige tradities moet je in ere houden.
En vastleggen.
Gewoon. Omdat het niets bijzonders is, maar wel heel leuk.


Liar! Liar!

klik voor groter

Arme Michelle…
Ik heb wat afgelogen tegen haar.

Toen ze een jaar of twee was, keek ze uit het raam voordat ze ging slapen. Het was een maanloze nacht. “Maan kapot” zei Michelle. En rotsvast vertrouwend op haar ome Kees die altijd onze auto maakte, zei ze “Ome Kees maken!”. De volgende avond was de maan er weer. Ome Kees had hem gemaakt!

Toen haar nachthemdje kapot ging, gaf ze het aan Ome Kees. “Ome Kees maken!”. Tante Gerda repareerde het nachthemdje. Ome Kees ging met de eer strijken en wij lieten het zo.

Toen ze als kleuter geplaagd werd door enge dromen ging ik naar een ver, ver sprookjesbos om een toverfee te vinden die een oplossing wist. De toverfee gaf me een heel speciaal spuitbusje met toverspray. Dat hielp tegen enge dromen. Voordat Michelle ging slapen, spoot ik wat toverspul in haar kamer et voilá, ze sliep als een roosje. Zonder enge dromen! Dat die toverspuitbus gewoon een oud parfummonstertje was met een glittersticker erop en ik never-nooit een toverfee ontmoet heb,  heb ik haar pas veel later verteld.

Na ieder hapje spinazie voelde ik aan haar spierballen. “Oh! Ze zijn echt al véél groter!” loog ik enthousiast.

De vis die ze kreeg voor haar verjaardag ging dood terwijl wij op vakantie waren. Oma kocht een nieuwe, zonder iets te vertellen. “Hij is wel veranderd, zeg.”, zei Michelle toen we thuis kwamen. “Ach ja, hij was nog klein toen we weggingen”, loog ik, “Hij is gewoon gegroeid.”

En Sinterklaas natuurlijk! Jarenlang loog ik haar voor over een oude man op een paard, die ’s nachts over de daken reed en cadeautjes bracht. Woedend was ze toen ze (notabene in mei of zo) het geheim ontdekte. “Je hebt gelogen!”, riep ze verontwaardigd.

Vanmorgen kreeg ik een sms van Michelle.
“Oh! Elf hele kleine kuikentjes!”

En vanmiddag kreeg ik een email.
“Hm. Nog maar acht kuikentjes. Ik hoop dat dit een andere eend is…”

En ik loog er nog eenmaal lustig op los. “Tuurlijk is dat een andere eend! Het is lente. Er zijn zoveel eenden met kuikentjes.” Wat was het leven heerlijk toen ze klein was en alles nog klakkeloos geloofde.

Ze weet nu wel beter.
Ze is groot.
En de waarheid hard.

PS: Mich, ik moet je nog één ding opbiechten.
Het zieke vogeltje van Ome Nico waar je mee op de foto staat… Hij was de volgende dag niet beter. Hij was gewoon hartstikke dood.

Tussen Kunst en Kitsch.

klik voor groter

 

Lang geleden, nog voor ik geboren werd, overleed mijn oma. De moeder van mijn moeder. Ze was nog niet zo heel erg oud, maar ze had een zwaar leven achter de rug, zoals vrijwel iedereen van die generatie.

Mijn opa was stationschef en het hele gezin woonde in een klein huisje naast het station. Mijn oma voedde elf kinderen op, zonder stofzuiger, zonder wasmachine, zonder magnetron.

Als ik aardappels schil, moet ik altijd even aan haar denken. Hoeveel kilo’s zou zij geschild hebben in haar leven?

Mijn Oma had geleerd voor coupeuse, maar ze was huisvrouw en moeder. Ze stond altijd als eerste op om de kachel op te stoken voor ‘de jongens’. Haar man en haar zonen. Ze droeg altijd een schort, die meestal vol vlekken zat. Ze ging nooit uit, ze ging nooit ergens heen, ze kwam nergens.

Toen ze overleden was vonden haar kinderen, tijdens het uitzoeken van haar spulletjes, twee oorbellen. Ragfijn bewerkte oorbellen van goud. Niemand wist hoe ze eraan kwam. Niemand wist hoe het kon dat mijn Oma zoiets moois in haar bezit had. Niemand had haar de oorbellen ooit zien dragen.

De oorbellen zwierven door de familie, werden vermaakt tot broche en lagen lang bij een tante in een kastje. Tot de broche door een nicht gevonden werden. Die wist een mooie bestemming voor het sieraad.

Ze bracht het naar een juwelier en liet de broche weer vermaken tot de twee originele oorbellen, die vervolgens ieder tot een tot hanger vermaakt werden. Twee stuks. Voor de enige (nog levende) dochters van mijn Oma. Een voor mijn moeder. Een voor haar tweelingzus.

Ik vond het sierraad fascinerend. Zo’n prachtig sieraad, zo fijntjes, zo mooi. Een pauw, met gouden staartjes, op een schildje van goud. Volgens de juwelier die het heeft vermaakt is het echt goud.

Hoe kwam Oma daar toch aan? Waar kwam het vandaan?
Uit Nederlands Indië? Meegebracht door mijn ooms?
Nee, die ooms leven nog. Die hadden dat nog wel geweten.

Een cadeautje van een gezin waar ze misschien ooit werkte als dienstmeid? Nee, ze is nooit dienstmeid geweest.
Niemand die het wist. Het bleef een groot mysterie.

Ergens vorig jaar keek ik een uitzending van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ en ineens wist ik het! Als iemand het kon weten, waren het de kenners van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die zo prachtig kunnen vertellen.

En verdorie! Ze zouden ook nog naar Amsterdam komen voor het nieuwe seizoen. Enthousiast bestelde ik kaartjes en haalde de hanger van mijn moeder op. Zorgvuldig bewaarde ik de hanger in mijn nachtkastje, samen met de toegangkaartjes voor ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Het lidmaatschap voor een jaar van de Avro dat ik er gratis bij kreeg (zucht), liet ik meteen stopzetten. En ongeduldig wachtte ik op de grote dag.

Op een winderige dag in oktober toog ik naar het net heropende Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar ik op het binnenplein lang moest wachten. Ik kon het museum niet bekijken, want ik moest wachten tot het nummer dat ik kreeg toen ik binnenkwam omgeroepen werd. Dus wachtte ik, samen met tientallen anderen.

Ik zag veel ingepakte schilderijen en veel boodschappenkarretjes volgepakt met oude schatten. Maar ik zag vooral veel herhalingen van uitzendingen van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die op schermen uitgezonden werden terwijl ik zat te wachten. En het dak van de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum was bij daglicht een stuk minder indrukwekkend.

Toen mocht ik eindelijk naar binnen.
Ik sloot aan in de rij bij de ‘sieraden-deskundige’.

De mevrouw voor mij had een prachtig sierraad bij zich.

Een collier gemaakt van spelden die vroeger op kappen van klederdrachten zaten. En hoe bijzonder! De spelden waren van verschillende provincies. Een behoorlijke bom duiten waard!

Als ze tijd had, mocht ze wel bij Nelleke (Nelleke van der Krogt, de presentatrice) aan tafel om gefilmd te worden. Moest ze alleen wel even verbaasd reageren en niet laten merken dat ze bedrag van haar ‘schat’ al te horen gekregen had.

Al die verbaasde, opgetogen gezichten in de uitzending zijn dus gespeeld. Verdorie, weer een illusie aan duigen!

Toen was ik aan de beurt. Ik opende het doosje met de hanger, zette hem voorzichtig op de tafel bij de expert en pakte pen en papier om zijn opmerkingen te noteren. Tenslotte zat mijn oude moedertje thuis te wachten op mijn telefoontje. Benieuwd of ik iets aan de weet gekomen was over de mysterieuze oorbellen van haar moeder.

Ik was snel klaar met schrijven.
Sterker nog; ik hoefde niets op te schrijven.
Ik kon het zo wel onthouden.

Ik geloof dat ik in de categorie ‘Kitsch’ viel.

Gemaakt in Nederland of België, rond 1890-1900.
Emotionele waarde natuurlijk, maar verder hooguit 100 euro waard.

Dat was het. Meer kon men er niet van zeggen.

Jammer. We zullen nooit weten waar de oorbellen van mijn Oma vandaan kwamen. Moge duidelijk zijn dat ik niet bij Nelleke aan de tafel plaats mocht nemen.

Ik ging gewoon weer naar huis. Met mijn waardeloze oorbel. Gedegradeerd tot kitsch, maar voor mij van onschatbare waarde.

Omdat-ie van mijn Oma was.
Omdat niemand weet waar hij vandaan komt.

En omdat dát het sierraad eigenlijk alleen maar mooier maakt.

Omdat ik weet dat mijn Oma haar prachtige oorbellen nooit gedragen heeft.

Maar ik kan me voorstellen hoe ze, als ze even één minuutje over had, voor ze ging slapen na een lange dag of voordat ze kachel opstookte voor haar gezin op een donkere ochtend, haar oorbellen even uit hun doosje haalde.

Ik denk, hoop en geloof dat ze er naar keek en genoot van de schoonheid ervan. Net zoals ik nu.

Want het mag dan nu officieel Kitsch zijn, voor mij is het heel bijzonder!

PS: de nieuwe uitzendingen van Tussen Kunst en Kitsch worden iedere woensdagavond uitgezonden op Nederland 1.

Oh ja, ik kom dus niet in beeld.

Michelle proudly presents….

Toen Michelle drie was kocht ik een hondje voor haar.
Eigenwijs als ze was, was mevrouw een tikkie teleurgesteld. Ze sprak de onsterfelijke woorden “ik wilde liever een poes die geen scherpe nagels had“. Maar onze Toby veroverde haar hartje en werd haar grootste vriend.

Toen Toby in 2007 overleed, wilde Michelle een nieuw hondje, maar het waren destijds nogal turbulente tijden. We verhuisden naar Amsterdam en weer naar Breda en voor een hondje was het leven veel te onrustig.

Tijdens onze zoektocht naar een eigen huisje voor ons tweeën in Amsterdam, zeiden we vaak tegen elkaar “eerst een huisje, dan een hondje”. Maar het huisje voor ons tweeën liet even op zich wachten.

Dus trok ik bij Frank in en kreeg ik er gratis een lieve rode kater bij! Van een hondje kon geen sprake meer zijn.

En Michelle woonde op een studentenkamer in Amstelveen. Ook daar was een hondje geen optie. Het gemis aan een huisdiertje compenseerde Michelle ruimschoots door veelvuldig met onze Spike te knuffelen, ondanks haar katten-allergie.

En toen was daar ineens dat huisje in Amsterdam en verhuisde Michelle van haar studentenkamer naar ons piepkleine appartementje. En toen stak haar oude wens de kop weer op.

Ze werkte een zomer lang. Ze ging poetsen bij haar vaste schoonmaakadres, ze bracht post rond en ze zat bij ’s lands grootste kruidenier achter de kassa. Zo spekte ze haar spaarrekening tot ze voldoende gespaard had om een hondje te kopen.

Het feit dat ze nu vier hoog woont en haar hondje vier trappen op en af zal moeten dragen, maakte dat de keuze snel gemaakt was. Het moest een mini-hondje zijn. Een chihuahua! Ze zocht een goede fokker en haalde vorige week haar eigen mini-hondje op.

En al reageert niet iedereen meteen positief op het woord ‘chihuahua’, iedereen is wel meteen verliefd als ze Michelle’s nieuwe aanwinst zien! Het is ook werkelijk een dotje!

En zo hebben we het wéér voor elkaar.
Michelle heeft haar ‘poes die geen scherpe nagels heeft’ bij ons in huis én een mini-hondje in haar eigen huis!

Dus Michelle proudly presents…. Boefje!

Michelle proudly presents…