Categoriearchief: Oma

Moeder gaat verhuizen. (update voor de familie)

Nadat mijn moeder (78) zes jaar geleden een spectaculaire val van de zoldertrap maakte, waarbij ze al haar kniebanden afscheurde en haar enkel brak, maakten wij ons grote zorgen. Voorzichtig vroeg mijn broer aan de arts in het ziekenhuis of ze ooit weer zou kunnen lopen.

De arts verzekerde ons van wel, al zou voetballen niet meer lukken.

En inderdaad, ze voetbalt niet meer, maar na een paar maanden behelpen met rolstoel en looprekje, knapte mijn moeder weer helemaal op en liep ze weer als een kievit.

Maar toch beginnen nu de jaren te tellen.
Een paar maanden geleden zuchtte mijn moeder teleurgesteld dat het haar niet meer lukte om op het aanrecht te klimmen om het keukenraam te zemen. Bovendien kreeg ze last van haar knieeën als ze met volle wasmanden naar beneden liep.

Tijd om te verkassen dus en op zoek te gaan naar een seniorenwoning.

Samen bekeken we wat huizen en resoluut deed ze wat aanbiedingen van de hand. Nee, aan dit huis moest te veel gebeuren. En nee, van het volgende huis was de tuin te klein. Het is namelijk van groot belang dat wij, alle kinderen en aanhang, in de zomer lekker buiten kunnen zitten.

En toen kwam de woningbouwverenging met een wel heel leuk huisje op de proppen. Een leuke woonkamer, een fijne keuken, een ruime badkamer met verhoogd toilet, een enorme slaapkamer én een logeerkamer. Allemaal gelijkvloers!

Groot nadeel: een gigantische tuin van 10 bij 10 meter, waar wij met z’n allen makkelijk rondjes in kunnen fietsen, mochten we dat willen. Plus een zijtuin én een voortuin. Met angst en beven zien wij het onderhoud van die tuin tegemoet, maar mijn moeder besloot dit huis te accepteren en te verhuizen.

Gelijk heeft ze! Want het huis op zich is zó ontzettend leuk!

“Jullie kunnen er zó in!”, riepen de vorige bewoners nog. Maar dat viel vies tegen. We hadden wat tegenslagen.

Zo bleef het eerste laminaat met geen mogelijkheid liggen. En aangezien broertje-lief al ontelbare laminaatvloeren gelegd heeft, kon het niet aan hem liggen! Na uren vloeken en zuchten werd het onwillige laminaat teruggebracht naar de bouwmarkt. En inderdaad, het nieuwe laminaat lag in no-time!

Verder zijn er wat banen behang niet helemaal opgedroogd zoals wij dat graag gezien hadden. We wachten nog even af en zien nog wel hoe dat uitpakt.

En de anti-slib-tegels in de badkamer bleken zo vuil te zijn dat er vier uur krabben met een plamuurmes nodig was om het schoon te krijgen.

Daarnaast werd ons moedertje zelf een beetje ziek tijdens de verhuizing. Hoesten, kuchen, dan weer koud, dan weer warm. Zo vaak we konden, stuurden we haar naar haar oude huisje. Ga daar maar lekker rommelen, inpakken en gordijnen maken. Alles beter dan hier rondlopen in een kaal en koud huis.

Maar er waren ook meevallers.
Zo blijkt de aanhang van de kleinkinderen behoorlijk handig te zijn! Christian van Esther is een kei in alles wat met elektriciteit te maken heeft en Connie van Rick bleek uitstekend te kunnen zagen! En ondertussen knapte ons moedertje ook weer een beetje op.

Kortom, alles gaat goed.
Het hele huis is behangen, voorzien van laminaat en vloerbedekking en gepoetst. Komend weekend gaat ze verhuizen!

We zoeken nu alleen nog een tuinman…
Welke idioot legt een tuin van 100 m2 aan bij een seniorenwoning?

Nadiah.

Photobucket

Ze zaten bij elkaar in de klas op de lagere school.
Hielden elkaar gezelschap tijdens lange middagen naschoolse opvang.

Soms speelden ze samen bij ons.
En soms bij haar thuis.

Ze gingen allebei naar een andere middelbare school en het contact verwaterde.

We kwamen haar nog vaak tegen op straat
en dan werd er vrolijk gegroet.

Ze was groot geworden.
Haar blonde krullen waren veranderd
in een kort zwart koppie.
Haar guitige lach had ze nog steeds.

Afgelopen zondag is ze omgekomen
door een stom verkeersongeluk.
Ze was 16 jaar.

Ik denk aan dat kleine meisje
met die blonde krullen van toen.

Na al die jaren
met niet meer dan af en toe een zwaai,
is ze nu ineens constant in onze gedachten.

Lieve Nadiah, meisje toch…
Ongelooflijk dat we je
nooit meer tegen zullen komen.

Het was nog veel te vroeg voor jou!

Elise, John en Shelly: veel sterkte toegewenst.

Klus geklaard…

Photobucket

Eén klus in ons huisje stond nog steeds op het to-do-lijstje.

Het behangen van het trapgat.

In de afgelopen maanden keek ik af en toe eens omhoog en piekerde ik erover hoe ik die muur helemaal bovenin zou kunnen behangen. Dan deed ik resoluut de deur naar de gang dicht. Ik had er helemaal geen zin in…

En bovendien was ik al helemaal gewend aan het feit dat er geen behang op die muren zat. Beetje jammer dat de visite me er af en toe fijntjes aan herinnerde. “Oh… nu alleen het trapgat nog?”. Waarop ik iets mompelde van “geen tijd… te druk… geen ladder…”

Maar ooit moest het er toch van komen.

Ik leende een ladder bij zwagerlief en mijn oude moedertje kwam assisteren bij het insmeren van het behang. Ze probeerde bovendien mijn motivatie een beetje op te krikken. “Om vier uur zijn we al een heel eind”, riep ze vrolijk.

Gezegend met een nodige portie hoogtevrees, vroeg ik me zenuwachtig af of ik om vier uur niet op de eerste hulp zou liggen met een gecompliceerde beenbreuk na een val van de ladder.

Maar ik raapte al mijn moed bij elkaar, zette een lange ladder op de trap en klom met bibberende knietjes vijf meter omhoog. Om vervolgens op grote hoogte gezellig te stoeien met een plakkerige baan behang van vijf meter lang. Leuk!

Om behang tegen de muur te plakken, heb je toch echt twéé handen nodig, dus heb ik mezelf streng toegesproken. “Je laat nu die ladder los!”, zei ik tegen mezelf

“Ja maar, dadelijk val ik.”, piepte ik terug.

Om daarop mezelf nóg strenger toe te spreken. “Nee, je laat nú die ladder los!”.

Geruststellend stond mijn kleine moedertje (bijna 77 jaar oud!) drie meter lager op de trap te roepen “Toe maar! Ik houd de ladder vast!” En ze gooide haar complete lichaamslengte van anderhalve meter in de strijd.

Van nauwkeurig behangen was op het hoogste punt geen sprake meer. Ik wrikte mijn verkrampte handen los van de ladder, gooide het behang tegen de muur en streek het zo goed en zo kwaad als het ging glad. En daarna snel weer naar beneden!

Weer veilig op de grond, bekeek ik af en toe hoe het behang langzaam min of meer glad trok.

Het resultaat* valt niet tegen. Ik ben tevreden. Ik ben allang blij dat ik niet gevallen ben!

En de eerste de beste die nu commentaar heeft op mijn trapgat, jaag ik gewoon de ladder op…

Als je denkt dat je het beter kunt; ga gerust je gang!

* helaas, (nog) geen foto’s… Mijn camera zwerft ergens in Italië rond…

Hihi! Oma staat op internet!

Photobucket

De eerste herinnering aan mijn moeder stamt uit mijn vroege kleuterjaren. In de bus, bij haar op schoot. Met haar armen om me heen en haar vingers voor me in elkaar gestrengeld, was ze mijn eigen veiligheidsgordel, in de tijd dat de veiligheidsgordel nog lang niet uitgevonden was.

Zorgend voor haar zeskoppige kinderschare, haar man en de nodige inwonende familieleden was ze altijd druk bezig. En als mijn vader, soms een beetje kort door de bocht, probeerde ons in het gareel te houden, suste zij en hield zij ons een hand boven ons hoofd.

Met als gevolg dat ik bij haar vaak uitprobeerde hoe ver ik kon gaan. Ik haalde het niet in mijn hoofd om mijn vader’s grenzen te testen, maar die van mijn moeder heb ik als kind veelvuldig overschreden.

Ik herinner me hoe mijn moeder ooit midden in de nacht mijn bed aan de andere kant van mijn kamer zette, omdat ik anders niet kon slapen.

Als ik niets beters te doen had, ging ik mijn moeder vervelen. Tot ik mijn vader zijn sleutel in het voordeurslot hoorde steken. Dan veranderde ik, als bij toverslag, weer in een braaf meisje.

Ik groeide op in de wetenschap dat wát ik ook deed, ik altijd terug kon vallen op het veilige nest dat mijn ouders gebouwd hebben voor hun koters. En dat gaf met het lef om een heleboel onbezonnen dingen te doen!

Hun stoere gezegde “Eens eruit, nooit meer erin!”, bleek pure bluf te zijn.

Michelle en ik woonden tien jaar bij mijn moeder in de straat, toen ik Frank ontmoette. Drie jaar later besloot ik naar Amsterdam te vertrekken.

Mijn moeder heeft nooit geprotesteerd en nooit gezeurd over het feit dat ik vertrok en ook nog eens het kleinkind meenam dat jarenlang dagelijks bij haar over de vloer kwam. “Je moet niet naar mij kijken,” zei ze dapper, “je moet doen wat jij wilt.”

Maar aangezien zij me kent alsof ze me zelf gemaakt heeft, zag ze de bui waarschijnlijk al hangen en wist ze dat deze samenwoon-actie door mijn absurd grote behoefte aan privacy geen lang leven beschoren was.

Op een maandagmorgen stonden we, onaangekondigd, bij Oma op de stoep. Om haar niet ongerust te maken, had ik wijselijk mijn mond gehouden over mijn wilde plannen om weer alleen te gaan wonen.

En omdat het huis wat ik toegewezen kreeg, op zijn zachts gezegd, nogal uitgewoond was, en ik heftig verlangde naar een ‘eigen stekkie’ zaten Michelle en ik drie weken zonder woonruimte.

Mam zette koffie, die maandagmorgen, en vond het reuzeleuk dat wij onverwachts op visite kwamen.

Om de feestvreugde te vergroten, vermeldde ik terloops dat we ook bleven logeren.

“Dat kan altijd!” reageerde ze blij. “Tot wanneer blijven jullie?”

Ze heeft zes kinderen opgevoed en is door schade en schande wijs geworden. Ze vertrok dus geen spier toen ik antwoordde “tot ons eigen huis klaar is.”

Doodleuk dirigeerde ze me naar de zolder om de logeermatrassen naar beneden te slepen en begon te regelen en te zorgen, zoals ze altijd gedaan heeft. En ondertussen belde ze ook nog even met Frank, om te vragen hoe het met hem ging.

We zijn twee en halve week gebleven. Weken waarin ik een school regelde voor Michelle, een baan regelde voor mijzelf en de 1001-dingen regelde, die horen bij een verhuizing, tot we ons nieuwe huisje konden betrekken.

Ze zette liters koffie voor me, troostte me als ik verdrietig was en liet me vooral mijn eigen keuzes maken, zelfs als ze het er niet mee eens was.

En toen ik eindelijk de sleutel van mijn huisje kreeg, hielp ze met poetsen en moest ik haar enthousiasme regelmatig temperen om te voorkomen dat ze met haar broze zes-en-zeventig-jarige oude botjes op de hoogste tree van de keukentrap klom om eens lekker de bovenkant van de keukenkastjes te soppen.

En de afgelopen maanden, terwijl ik druk bezig was met mijn nieuwe baan en iedere avond aan het klussen was om ons krotje bewoonbaar te krijgen, heeft ze voor ons gekookt en gewassen.

Vier maanden lang, elke avond als ik uit mijn werk kwam, reed ik naar haar huis waar het eten klaar stond. En na het eten kon ik meteen onze vuile was weer schoon en gestreken meenemen.

Kortom: mijn moeder is een kanjer!

Inmiddels is al mijn witgoed geleverd en geïnstalleerd. We kunnen weer wassen, drogen en koken. We zijn we weer helemaal self-supporting.

En ik zou willen dat ik iets terug kon doen voor mijn moeder. Als dank voor al haar goede zorgen.

Maar ze houd niet van luxe-dingen. Ze geeft niets om bossen bloemen, lekker luchtjes of etentjes buiten de deur. Ze zorgt gewoon graag voor haar kinderen.

Dus krijgt ze een hele dikke knuffel.

En deze log.

Binnenkort plant ik haar hier achter de computer om dit te lezen!

Want hier staat, zwart-op-wit, (nou vooruit; blauw-op-blauw…) staat hoe fantastisch ik het vind wat ze voor ons gedaan heeft!

Lieve Mam, lieve Oma, Duizend maal dank!Je bent geweldig!