Categoriearchief: Oma

Paardenmiddel.

imageDe scholen gaan weer beginnen. In elke supermarkt liggen de schappen op de non food afdeling bomvol met geodriehoeken, arceerstiften en kaftpapier. Vandaag hoorde ik op de radio een reclamespotje waardoor ik dacht ‘Oh ja. De scholen zijn weer begonnen.’ Prioderm. Jaren niet meer gehoord. Jaren niet meer aan gedacht. Maar daar was-ie ineens: Prioderm. Luizenshampoo.

Want bij het begin van een nieuw schooljaar doken die krengen ook weer op. Hoofdluis! Dat betekende groot alarm op de kleuterschool. Want als één kind ze had, kon je er donder op zeggen dat binnen no time de voltallige kleuterklas krioelde van de luizen. Want kleuters hebben nu eenmaal de neiging om gezellig samen boven de blokkendoos te hangen. Of om knus met z’n tweetjes een puzzeltje te maken. Met hun kleuterhoofdjes dicht tegen elkaar. Waardoor complete luizenpopulaties overstapten van het ene bolletje naar het andere. Of ze wandelden op de kapstok van het ene jasje naar het andere. Zo makkelijk ging dat.

En dus was dochterlief ook ooit de klos. En natuurlijk wist ik dat het geen schande was. Dat luizen bij voorkeur op schone hoofden leven. Toch voelde het enigszins ongemakkelijk om bij de drogist een fles luizenshampoo te kopen. Maar een andere optie was er niet. Want ik werd helemaal gek van het idee dat er bééstjes op mijn kind zaten.

Dus op naar de drogist. Wassen met Prioderm. En nog een keer wassen. En nog een keer. Het beddengoed wassen, knuffels in de vriezer en kammen met de luizenkam. Úren kammen want dochterlief is gezegend met een enorme bos haar. Ze waren hardnekkig, die luizen. Heel hardnekkig. Kapitalen gaf ik uit aan luizenshampoo en ik waste beddengoed tot ik een ons woog. In mijn herinnering weekte ik dochterlief uren in ons zitbadje. Maar uiteindelijk wonnen we de strijd.

En toen, ineens, kwamen ze terug. Die krengen. Net op een moment dat het weekend voor de deur stond en de winkels gesloten waren. En ik raakte zowat buiten zinnen van het idee dat er een zaterdagavond lang én een hele zondag beestjes door het haar van dochterlief zouden krioelen. Toen viel mijn oog op de fles hondenshampoo van onze Toby. Met op het etiket een plaatje van een vrolijk hondje. En de tekst ’tegen vlooien, luizen en teken’. Bij onze Toob werkte het. Dus…

Ik zette dochterlief in bad en zeepte haar bolletje grondig in met hondenshampoo. Terwijl ik haar nauwlettend in de gaten hield om er zeker van te zijn dat haar hoofdhuid niet ging schroeien, speelde zij rustig met haar badeendjes. “Hé mama!” zei ze “Deze shampoo ruikt net als die van Toby!” “Nou, dat is grappig!” antwoordde ik, terwijl ik haar beddengoed maar weer eens in de wasmachine stopte. En voor de zekerheid liet ik haar nog tien minuutjes weken.

Oké, haar haar was een paar dagen wat pluizig maar dat trok weer bij. En de luizen waren dood. Verdwenen. Voorgoed. Ze heeft er nooit meer last van gehad. Ook niet van vlooien en teken, trouwens.

Handig.

Sinds ik in mijn eigen huisje woon, heb ik ineens mijn eigen prulletjes weer om me heen. En sommige daarvan zijn me heel dierbaar. Zoals het schilderij van de brug waar mijn vader werkte. Het is geen écht schilderij. Het echte schilderij werd gemaakt door een kennis van mijn vaders collega. Wij hebben destijds, toen mijn vader overleed, massaal kleurenkopieën van dat ding gemaakt. Bij ieder lid van de familie prijkt sindsdien hetzelfde plaatje aan de muur.

Nu ik het schilderij weer elke dag zie, valt me op hoe vaal de kopie geworden is. Logisch; het ding hangt al drieëntwintig jaar aan de muur. Maar ik vind ‘m nog steeds mooi en terwijl ik naar de brug kijk, mijmer ik over het origineel. Zou het échte schilderij nog bestaan? Wat zou ik die graag aan de muur hebben! In mijn brein borrelt een plan. Als ik de schilder kan vinden, kan ik misschien ook het originele schilderij vinden. En er is is één persoon die weet wie het schilderij gemaakt heeft. De toenmalige collega van mijn vader!

Ik herinner me de naam van mijn vaders collega nog goed. Het was een aardige collega, die dol was op mijn vader en vaak fruit of andere lekkere dingen voor hem meebracht. Zou hij nog leven? Ik pak mijn tablet en begin te zoeken op Facebook.

Als ik de naam van mijn vaders collega invoer (laten we hem hier, met het oog op de privacy, even Henk Spoor noemen) krijg ik maar één persoon met die naam. Er staat geen foto bij het profiel maar ach, ik heb toch geen idee meer hoe de beste man er uit zag. En bovendien zijn we ruim twintig jaar verder. Maar bij de informatie zie ik staan dat hij bij de Nederlandse Spoorwegen gewerkt heeft. Bingo! Ik heb hem gevonden! En gezien de recente topscores van spelletjes die op zijn Facebookpagina prijken, is-ie nog springlevend!

Helaas heeft hij zijn Facebookprofiel zo ingesteld dat ik hem geen vriendschapsverzoek kan sturen. Jammer! Want ik weet zeker dat hij mijn achternaam meteen zou herkennen. Ik stuur hem wel een bericht maar ik weet ook dat dat bericht bij de spam terecht komt en waarschijnlijk nooit gelezen zal worden.

Maar de Sherlock Holmes in mij zoekt verder. Ik keer de hele Facebook-pagina van Henk binnenstebuiten en vind uiteindelijk een oude foto waarom iemand gereageerd heeft. Ene Sonja Kuiper-Spoor. Zijn dochter misschien? Ik stuur haar een vriendschapsverzoek én een bericht en wacht af. Sonja accepteert mijn vriendschapsverzoek bijna onmiddellijk maar er gebeurt verder niks. Schijnbaar heeft zij me klakkeloos als Facebookvriendin geaccepteerd en mijn bericht niet gelezen.

Na een week stuur ik haar nóg een bericht. En dan gaat het ineens snel. Ik krijg een vriendschapsverzoek van Henk én een bericht met zijn telefoonnummer. En als ik hem bel, klinkt hij alsof ik een goede vriendin van de familie ben. Op de achtergrond roept zijn vrouw dat hij mij de groetjes moet doen. Het gaat goed met Henk, al sukkelt hij wat met zijn gezondheid. En ja, natuurlijk heeft hij het schilderij nog! Het hangt bij hem aan de muur.

Ik stel meteen mijn doel bij. Oké. Ik heb het échte schilderij gevonden. Maar ik realiseer me ineens ook dat het voor Henk net zo dierbaar is als voor ons. Het hangt daar niet voor niets al ruim twintig jaar aan de muur. Dus vraag ik Henk of ik een keer langs kan komen om een goede digitale foto van het schilderij te maken. Lijkt me geweldig om die foto op canvas af te laten drukken!

“Natuurlijk, kind! Gezellig!” reageert Henk enthousiast en we kletsen nog even verder. Henk vraagt hoe het met mijn moeder gaat en we spreken af dat ik binnenkort bij hen langs kom om een foto van het schilderij te maken. “En doe je moeder de hartelijke groeten van ons.” zegt Henk.

Ik maak eerst een rondedansje door de kamer en bel daarna mijn moeder. “Weet je van wie je de groeten krijgt?” schreeuw ik enthousiast in de telefoon. “Van Henk Spoor!” Ik verwacht een verbaasde reactie en zit klaar om vol trots uit te leggen hoe ik Henk gevonden heb via een heuse zoektocht op internet. Maar mijn moeder reageert helemaal niet verbaasd.

“Och ja, Henk!” zegt ze. “Zo’n aardige man! Hoe gaat het met hem? Ik krijg nog steeds ieder jaar een Nieuwjaarskaart van hem en zijn vrouw. Hij woont tegenwoordig in de Tuinstraat, wist je dat?” Ik val stil. “Nee, mam. Dat wist ik niet. Dus jij hebt zijn adres gewoon?” vraag ik. “Ja, hoor!” zegt mijn moeder vrolijk “En zijn mobiele telefoonnummer. Staat in mijn adresboek.”

Boerenmeid-bloemen-blunder.

Het was weer tijd voor onze jaarlijkse familietraditie; plantjes kopen met mijn moeder bij de kwekerij in Terheijden waar we al zo’n dertig jaar onze plantjes kopen. Gewoon, omdat mijn vader er vroeger altijd zijn plantjes kocht en wij dat stug bleven doen, ook toen mijn vader er niet meer was. Meestal gaat Michelle mee maar die was dit jaar helaas verhinderd dus vergezelde Frank me op mijn rit naar het Zuiden omdat hij, als rasechte Amsterdammer, ‘dat boerendorp’ ook wel eens wilde zien.

We haalden mijn moeder op in Breda en reden door Terheijden naar de kwekerij. Ik rijd al zeker twintig jaar door dat dorp naar de kwekerij en vind het niks bijzonders maar Frank vond het erg leuk. Grappig hoe je je omgeving anders gaat zien als er iemand bij is, die het voor het eerst ziet. Het is ook eigenlijk best een leuk dorpje! We reden het dorp weer uit, voorbij de molen, linksaf naar de kwekerij, over smalle landweggetjes waar we af en toe aan de kant moesten voor een heuse tractor. En mijn Amsterdamse vriendje, die op een drukke A10 vol bumperklevers en afsnijders geen spier vertrekt, maande me nerveus om vooral rustig te rijden.

Eenmaal bij de kwekerij haalde ik een kruiwagen tevoorschijn alsof ik nooit anders gedaan had. Brabantse, hè? Het boerenland en zo. Vrolijk begon ik aan het jaarlijkse ritueel van de kas heen en weer rijden om de plantjes uit te zoeken voor mijn moeder. Frank keek zijn ogen uit. Hij zette me op de foto met kruiwagen en appte die meteen naar zijn zus om te vertellen dat-ie bij een of ander tuincentrum in the-middle-of-nowhere zat. Ik verbeterde hem resoluut. Niks tuincentrum! Dit was écht! Een heuse kwekerij! En trots op mijn Brabantse roots leerde ik hem meteen ook nog even de juiste uitspraak van de plaatsnaam Terheijden. “Trààie! Kom op! Zeg me na! Trààie!”

Met Frank, mijn moeder én haar rollator in de auto was er niet echt veel plaats over voor plantjes. Maar iedere centimeter die we over hadden, propten we vol met geraniums, ijsbloemetjes en vlijtige Liesjes voor in mijn moeders tuin. En natuurlijk het onvermijdelijke Moederdagcadeau: een mooie hanging basket. Voor mezelf kocht ik maar twee plantjes. We hebben maar een klein balkonnetje dus veel ruimte is er niet. Maar één grote bloempot kan best. En omdat ik uit ervaring weet hoe goed dat spul groeit, leek twee plantjes genoeg.

Eenmaal thuis wilde ik meteen aan de slag om de Brabantse plantjes op mijn Amsterdamse balkonnetje te zetten. Het balkonnetje dat vooral gebruikt wordt door onze grote rode-je-weet-wel-kater. Waar het kattenhuis van onze Spike een wel heel prominente plaats in neemt, zodat-ie lekker in het zonnetje buiten kan liggen. En in een opwelling besloot ik, voor ik aan het tuinieren sloeg, eens te Googlen of de plantjes die ik gekocht had wel kat-proof zijn. Of liever gezegd; of onze kat wel plantjes-proof is.

En ja, hoor! Natuurlijk!
Twéé plantjes koos ik uit. Twee. Uit een kas met dúizenden plantjes.
En laten nou net dié twee giftig zijn voor katten.

Geen bloemen op het balkon dit jaar.
Boerenmeid, hè? Ik heb er echt kijk op! Not.

Kerst 2015 – Het einde van een traditie.

Wij zijn geen familie die echte Kerst-tradities heeft. Maar sommige dingen werden, enkel en alleen omdat het elk jaar vaste prik was, tóch traditie. Samen eten bijvoorbeeld, met als toetje de pudding-met-koekjes zoals mijn moeder die altijd maakte. Of het sjieke servies met de roze rozen dat alleen op tafel komt op zon- en feestdagen. En altijd al die koekjes en Kerstchocolade die op tafel staan. En mijn moeder die dan nóg twee pakken koekjes open trekt. En doodleuk stukjes kaas en worst bij de koffie serveert. Dat laatste gebeurt, voor zover ik weet, écht alleen bij mij thuis.

Maar de grootste traditie is het Kerststalletje dat, al zolang ik me kan herinneren, bij mijn moeder onder de Kerstboom staat. Het is niet zo zeer het stalletje dat een traditie is maar meer het kindje Jezus zelf. Want aangezien hij los in het kribbetje ligt, wordt hij steevast ieder jaar verstopt op de meest gekke plaatsen.

Terwijl wij met z’n allen rond de eettafel zitten, allemaal druk door elkaar heen praten, koffie drinken en chocolade met kaas eten, is er altijd wel iemand die stiekem zorgt dat kindje Jezus ook wat van de wereld ziet. Soms werd-ie later door mijn moeder teruggevonden in de Kerstboom. Op de lamp boven de eettafel. In de boekenkast of hoog in de bergen in het Kerstdorp. Ooit maakte hij zelfs een ritje in de Kersttrein. En zo maakten we toch onze eigen familietraditie.

Nu mijn moeder een dagje ouder wordt, verdwijnen de tradities. Een compleet Kerstdiner koken doet ze niet meer. Dus geen servies met roze rozen meer en geen pudding-met-koekjes. Jammer. Maar heel begrijpelijk. Gelukkig er is nog steeds koffie met kaas en worst. En het is nog steeds erg gezellig.

Toch ontdekte ik vandaag dat er nóg een traditie verdwenen is.
Vanaf nu zal Kerstmis nooit meer hetzelfde zijn.

Iemand heeft kindje Jezus vastgelijmd.

Gelukkig hebben we het filmpje nog…